Het Ticket to Kyoto-project is een goed kader om nieuwe praktijken en technieken te testen en te introduceren waarvan alle partners kunnen profiteren … Zelfs vele jaren na afloop van het project. Dankzij de gewaardeerde steun van de Europese Unie kunnen de vijf partners deze investeringen doen. De goede resultaten van die investeringen kunnen andere openbaarvervoersmaatschappijen misschien overtuigen om de nieuwe praktijken zelf ook te gebruiken en zo energie te besparen.
Naar nieuwe investeringen
Door methoden te vergelijken en analyses te delen kunnen de partners nieuwe investeringen starten om de CO2-uitstoot van hun infrastructuur te verminderen. De resultaten die elke partner voorlegt, zijn nuttig voor de andere partners en voor de hele sector van het openbaar vervoer. Na de experimentele fase zullen studies mee helpen bepalen welke investeringen op grotere schaal in de praktijk zullen worden gebracht.
60 % van het budget
Maar liefst 60 % van het Ticket to Kyoto-budget – ongeveer 7,2 miljoen euro – wordt besteed aan deze investeringen. Alle investeringen worden tot in het kleinste detail bestudeerd in haalbaarheidsstudies en economische evaluaties voor ze geïmplementeerd worden. Studies zullen helpen om het resultaat van de investering te evalueren. Op die manier worden ook organisaties buiten het Ticket to Kyoto-project geïnformeerd.
De focus van de investeringen ligt op vier energiebesparende methoden. Elke partner investeert in een verschillend experiment of een verschillende techniek.
1. Recuperatie van remenergie
Wanneer voertuigen afremmen gaat er meestal heel wat kinetische energie verloren aan warmte en wordt ook veel energie verbrand in remweerstanden. Met bepaalde technieken kan die energie later opnieuw gebruikt worden om op te trekken. Of de energie kan op het elektriciteitsnet gezet worden. Tijdens het project zullen de MIVB, moBiel, RET en TfGM investeren in proefinstallaties op het tram- en metronetwerk, aan boord of langs de sporen. Als de resultaten positief blijken, zullen deze systemen voor energieopslag en -recuperatie ingevoerd worden op grotere schaal - groter dan het project zelf.
Klik hier om de studies en de resultaten van dit onderdeel te bekijken
» Recuperatie van remenergie: hoe werkt het?
2. Energiebesparingen in stations en infrastructuur
Vandaag de dag zijn de meeste metronetwerken ter wereld volledig verlicht, dag en nacht, zelfs als het metronetwerk gesloten is en enkel de onderhoudsteams aanwezig zijn. Dat wordt gedaan omwille van veiligheidsredenen, maar ook omdat er geen systemen zijn om de verlichting te verminderen of te dimmen. Tijdens het project zullen de MIVB, moBiel, RET en de RATP nieuwe verlichtings- en informatiesystemen installeren om de elektriciteitsbehoefte aanzienlijk te verminderen. moBiel zal efficiëntere verwarmingsinstallaties bouwen om de wissels in de winter op werktemperatuur te houden en oplossingen zoeken om het energieverbruik van de liften onder controle te houden.
3. Warmterecuperatie
Treinmotoren en metro’s produceren heel wat warme lucht. Meestal wordt die energie niet hergebruikt en gaat ze verloren. De RATP gaat een project opstarten waarbij een deel van een gebouw of enkele ruimten in een nieuw station verwarmd zullen worden door de warme lucht van een nabijgelegen metrolijn. Daarnaast zal het bedrijf ook investeren in warmtepompen en watercircuits om gebruik te maken van de energie die geproduceerd wordt door de ondergrondse watertemperatuur.
4. Productie van stroom ter plaatse
De partners zullen proberen om een groot deel van de elektriciteitsbehoefte van hun gebouwen ter plaatse te produceren. TfGM zal op zijn eigen site wind- of waterenergie opwekken voor twee van zijn belangrijkste terminals. Zo zal in Manchester de kracht van een waterval gebruikt worden om elektriciteit te produceren voor een naburig busstation. De MIVB zal op haar beurt op een van haar grote sites tegelijk warmte en elektriciteit produceren in een ultra-efficiënte energiecentrale - een techniek die warmtekrachtkoppeling of cogeneratie heet. Er zal ook een onderzoek uitgevoerd worden naar het gebruik van kleine windmolens in stedelijke gebieden. moBiel zal een bestaand tramstation omvormen tot een ‘zero-emission’-station.